Voedseltransitie

Midden in de periode dat mijn man en ik twee bedrijven runden, op twee locaties koeien molken, in twee bedrijfsovernameprocessen zaten, nieuwbouwplannen hadden voor een stal, de melkprijs historisch laag was en we ergens financiering rond wilden krijgen, werd ik zwanger.
We waren er samen helemaal klaar voor om kinderen te verwelkomen, we keken er naar uit!  

Ik leefde op een roze wolk en bewoog mee met de veranderingen in mezelf die het aanstaande moederschap met zich meebracht.
Het was in de tijd dat ik in mijn eentje ons bedrijf in Boekel runde, voor zover ik dat fysiek kon.
Het gebeurde eigenlijk vanzelf dat de koeien minder krachtvoer kregen, de melkproductie per koe daalde en er bijna geen kalveren dood gingen. Dat de veearts bijna niet hoefde te komen, omdat de koeien amper ziek werden en dat ik stieren voor KI intuïtief uitzocht.
Ik dacht er niet zo veel meer bij na bij wat ik deed en cijfers konden mij gestolen worden.
Ik was veel meer met mijn aandacht bij het kindje in mijn buik en bij mezelf, dan bij ons bedrijf.
Analytisch gezien leek het een sterke strategische keuze de kostprijs te verlagen bij zo’n lage melkprijs. Bij gesprekken voor ons bedrijf met derden hield ik het daar dan ook maar op, we moesten immers wel resultaat laten zien.

In oktober 2009 werd onze oudste zoon geboren. Toen ik een week of twee na de bevalling weer voor het eerst op stal kwam, een kalf geboren zag worden, de weeën van de koe meer dan ooit meevoelde en vervolgens het kalf bij de moeder weggehaald zag worden, maakte ik innerlijk en zonder me er echt bewust van te zijn rechtsomkeert. Ik zag geen andere mogelijkheid dan mijn ogen te sluiten voor wat er gebeurde en wat er altijd gebeurde. De pijn was te groot en ik kon het (stal)systeem niet zomaar veranderen.
Ik richtte me vanaf dat moment volledig op het moederschap. Daarnaast werkte ik op ons kantoor aan onze ondernemingsplannen en verzorgde de administratie. Ik heb nauwelijks contact met de dieren en het land. Ik werk ‘voor’ en mijn man werkt ‘achter’. We leven en werken, zonder dat we er ons echt bewust van zijn en zonder dat we het persé willen, volledig in twee werelden. Ik heb weinig energie.

Medio 2015. De jongste is rond de twee en de dagelijkse verzorging van onze drie kinderen begint minder intensief te worden. Langzaam voel ik ruimte ontstaan om weer wat anders te doen en er komen dingen op mijn pad waar ik blij van word en energie van krijg. Ik voel mijn potentieel weer stromen. Ook begin ik weer ‘wat te vinden’ van onderwerpen die mij raken en vind dat dingen anders moeten. Ook op ons bedrijf. Ik wil de natuur meer integreren in onze bedrijfsvoering, het liefst volledig biologisch dynamisch zijn en daarmee met onze melk een duurzamer en voedzamer product produceren. Streven naar zo veel mogelijk balans in álle opzichten.
Mijn doel wordt steeds groter en belangrijker en mijn missie bijna heilig.

Ik lees, zie en hoor dat het kan. En ik vind bevestiging bij mensen om me heen dat het moet.
Behalve bij mijn man.
Bij iedere suggestie, bij ieder voorstel, bij iedere handeling die ook maar enigszins de schijn van een beweging richting biologische landbouw heeft, stuit ik op weerstand.
Alle communicatiecursussen en communicatietechnieken ten spijt; argumenten lijken niet aan te komen en we krijgen ruzie als ik er over begin.
Op de manier waarop we nu boerden, wilde ik niet meer verder boeren
Ik keek op Funda naar geschikte huizen in ons dorp.
Innerlijk was ik allang gestopt.
Alle overige bedrijfsontwikkeling plannen stagneerden.

Steeds vaker kwam de gedachte voorbij dat het allemaal veel makkelijker voor me zou zijn als ik het alleen zou doen. Zonder mijn man. Dan had ik alle vrijheid om de weg in te slaan die voor mij bestemd was. Dan kon mijn potentieel als boerin en dat van de boerderij tenminste stromen. Scheiden kwam daarbij niet in me op. Ongeluk of ziekte; in gedachte was ik zijn begrafenis al aan het regelen.

Natuurlijk schrok ik van deze gedachten. Hoe kon het toch zo ver komen? Dit was toch niet onze gezamenlijke droom die we als 17- en 18-jarige hadden? Smoorverliefd en heel zeker van onze zaak zouden wij samen boer worden, een gezinnetje vormen en samen oud worden. Nu leefden we eindelijk die droom en leek ik het anders te willen.   
Wanneer ik naar onze kinderen keek, kon ik zien en voelen dat iets van ons samen zo prachtig kon zijn.
Mijn verlangen naar ‘samen’ was groot.

Nadat ik middels systemisch werk mijn eigen plek kon innemen in mijn (familie)systeem en me bewust werd van een eeuwenoud patroon, kon ik mijn hart weer openen voor mijn man en álles waar hij voor staat. De liefde kon weer stromen zoals die bedoeld was om te stromen.
Dankbaar dat het kon, ben ik ‘opnieuw’ begonnen in onze relatie.
En ons potentieel van samen -als echtgenoten, als ouders en als boer – is weer voelbaar.

Mijn overgrootopa overleed op 38-jarige leeftijd twee weken voor de geboorte van mijn opa. Mijn overgrootoma bracht mijn opa ter wereld in rouw en bleef achter met drie kleine kinderen en de boerderij. Ook de vader van mijn overgrootopa overleed op 35-jarige leeftijd, twee weken voor de geboorte van zijn jongste kind en ook mijn overovergrootoma bleef achter met kleine kinderen en de boerderij. Uit stamboomonderzoek blijkt dat vier generaties achter elkaar vrouwen relatief jong weduwe werden, achterbleven met kinderen en de boerderij en een knecht in dienst namen om de arbeid rond te zetten.   
Hun pijn moet groot geweest zijn. Een hele goede reden om je hart daarvoor te sluiten. Mijn overgrootmoeders móesten immers verder en gíngen ook verder.
Alleen
en met de kinderen
en met de boerderij.
Een patroon in mijn (familie)systeem ontstond.
Mijn familie en de boerderij overleefden.

Geheel onbewust en zonder reële aanleiding, om te voorkomen dat ook ik die pijn zou gaan voelen, de pijn die mijn (familie)systeem zo goed kent, sloot ook ik op een gegeven moment mijn hart.
En kwamen er gedachten voorbij die niet de mijne waren. Onmiskenbaar vanuit een patroon.
Ik stelde een doel en ik gebruikte argumenten om niet te zien wat er gezien moest worden.

En wat betreft onze boerderij? Langzaam, heel langzaam, zetten we samen, in verbinding met elkaar en als team stappen. Stappen op de weg die de onze is. Zonder doel laten we de toekomst op ons afkomen. En er komen dingen op ons pad waar we allebei blij van worden.

En soms gaat het even niet vanzelf
En soms voel ik ongeduld.    
En soms heeft mijn man een andere mening.         
En dan is er bewustzijn
en voel ik vertrouwen.


Het leven kent geen weg terug; De fundamenten van het levens-integratie-proces (LIP). Wilfried Nelles. Uitgeverij Het Noorderlicht

Steeds vaker
kwam de gedachte voorbij
dat het allemaal veel makkelijker voor me zou zijn
als ik het alleen zou doen.

Zonder mijn man.