Emigreren

Zweden. Het land van mijn dromen. Als klein kind werd ik uit de boeken van Astrid Lindgren voorgelezen, toen ik eenmaal kon lezen, verslond ik ze zelf en de TV-series hebben we grijs gedraaid. Ik deed een spreekbeurt over Zweden en wanneer ik iets over Zweden in een tijdschrift zag staan, knipte ik het uit om het zorgvuldig te bewaren.
In mijn hoofd ontstonden beelden die mij naar Zweden deden verlangen.
De rust, de ruimte, de natuur, de mensen; het was daar fantastisch.

Na een enerverend stagejaar, brak in 2004 mijn afstudeerjaar aan op de HAS. De afstudeeropdracht voor mijn groepje werd op het laatste moment gecanceld en we werden verdeeld over andere afstudeergroepjes. Ik voelde me tot geen van de afstudeeropdrachten aangetrokken en vroeg mijn begeleidende docenten of ik misschien een scriptie mocht schrijven.
Ik wilde onderzoek doen naar de melkveehouderij in Zweden en berekenen wat de aankoop en exploitatie van een melkveebedrijf in Zweden zou kosten en opleveren.
Mijn docenten vonden het goed.

De drukte, de hoge grondprijzen, het mestoverschot, de wetenschap dat de melkquotering zou aflopen, de lage melkprijzen, de procedures die je moe
st doorlopen binnen ruimtelijke ordening bij elke stap die je wilt zetten bij de ontwikkeling van je bedrijf…
In Zweden leek van dit alles het tegenovergestelde het geval te zijn. De rust, de lage grondprijzen, het mesttekort, hogere melkprijzen, bijna geen procedures en regels voor ruimtelijke ordening, dierwelzijnsregels waar ik me in kon vinden en waar ook ruimte voor was, het politieke klimaat en de natuur.
De verwarring begonnen in mijn stagejaar, deed mij ineens heel anders tegen landbouw in Nederland aankijken.
Wil ik nog wel deel uitmaken van dit systeem? Wat is mijn meerwaarde als boerin in Nederland?

Halverwege het schrijven van mijn scriptie ging ik voor het eerst in mijn leven naar Zweden, samen met mijn vriend. Een gedeelte van de tijd verrichtte ik onderzoek en een gedeelte van de tijd hielden we vakantie.
We bezochten boerderijen, we wandelden door bossen en zwommen in meren, welke ik kende van de plaatjes. En toch. Ik was in de bossen en ik was in de meren, ik hoorde de stilte, ik rook de frisse lucht. Maar ik vóelde het niet.
Ik was dáár waar ik zo naar verlangde en toch was er leegte, onbehagen. Ik begreep er helemaal niets van.
Toen ik mijn scriptie inleverde en het besprak met mijn docenten, kon ik alleen maar huilen.

Tot serieuze emigratieplannen is het nooit gekomen. Ik voelde dat mijn ouders me zouden steunen wanneer ik zou gaan, maar ik had verkering. Verkering met de man waarmee ik mijn toekomst samen wilde delen. En de consequenties van emigratie, alleen of met elkaar, op onze relatie zouden daarvoor te groot zijn. 

Een jaar later hadden we een besluit te nemen over onze toekomstige locatie voor ons melkveebedrijf. We wilden twee familiebedrijven samenvoegen en op één locatie het bedrijf verder ontwikkelen. Op onze locatie in Boekel leken de meeste mogelijkheden te liggen. En hoewel -dachten we- deze keuze rationeel gemaakt te hebben, met voor- en tegenargumenten, voelde ik tijdens het keuzeproces ook de pijn bij het idee mijn ouderlijk bedrijf eventueel los te moeten laten. 
Uiteindelijk is mijn man vanuit zijn ouderlijke boerderij, 11 kilometer verderop, naar Boekel geëmigreerd. En ik heb diep respect voor zijn moed achter deze beweging. Dat van hem, en van zijn familie.

Het is winter 2020 en ik volg mijn jaaropleiding Familieopstellingen bij het IVSW met Elmer Hendrix en Mieke Kox.
We maken vakantieplannen voor de zomer. Na enkele jaren heerlijke vakanties in Frankrijk te hebben gehad, besluiten we dit jaar naar Zweden te gaan. De kinderen zijn nu in de leeftijd dat ze allemaal goed kunnen zwemmen en ook nog wel met ons mee zouden willen naar de natuur. De coronamaatregelen maken al snel dat we geen werk meer maken van onze plannen.

We nodigen vrienden uit ons dorp uit om bij ons in de wei te komen kamperen.
Die zomer hebben onze kinderen de meest fantastische vakantie ooit en ook als volwassenen genieten we volop. Fijn gezelschap, niets moeten, een wandelingetje, een kanotochtje, een drankje en iedere avond vuur.

Als onze vrienden zijn vertrokken, de zomer nog steeds zinderend warm is, de lokale zwemplek steeds vol is gereserveerd en ons zwembad lek, besluit ik om met onze kinderen te gaan zwemmen in de Aa, een kleine rivier grenzend aan ons land achter de boerderij.
Het water lonkt. Ik realiseerde me ineens dat ik er nog nooit had gezwommen. Wat gek eigenlijk. Het was gewoonweg niet eerder in me opgekomen dat dat kon. Als kind was ik altijd bang dat anderen er in zouden vallen en zouden verdrinken. Ik keek er nu werkelijk anders tegenaan.

De kinderen sprongen enthousiast in het water en ik ging erachteraan. Wat was dit heerlijk! Ik besloot een stukje alleen te zwemmen.

Ik voelde het koele water om me heen. Het water glinsterde in de zon. De waterlelies bloeiden en over de oever en achter de weilanden zag ik de groene naaldbomen en de contouren van het bos iets verderop. De vogels floten en ik hoorde in de verte onze kinderen schateren en spetteren.

Ik ervaarde een serene stilte.
En ik voelde een diepe, diepe dankbaarheid.

De rust, de ruimte, de natuur, de mensen; het is allemaal in mezelf.
Ik hoef niet meer te zoeken.

En ik verheug me op de toekomst, op deze fantastische plek, met haar volle potentieel.



Tao en de kunst van familieopstellingen; Een weg naar innerlijke groei en bewustwording. Elmer Hendrix. Uitgeverij Het Noorderlicht

 

De rust, de ruimte, de natuur, de mensen;
het was daar fantastisch.